MENU
HOME
HOME
Dierenarts aan huis
Dierenarts aan huis
NIEUWS
NIEUWS
AFSPRAAK MAKEN
AFSPRAAK MAKEN
Dienstrooster
Dienstrooster
banner-voorbeeld

1. Vlooien

Een veel voorkomend probleem bij huisdieren is de aanwezigheid van vlooien. Vlooien kunnen vaak erge jeuk bij uw huisdier veroorzaken. Het is niet altijd even makkelijk om een vlooienbesmetting vast te stellen. Vooral bij dichtbehaarde of langharige dieren zijn deze kleine watervlugge insecten moeilijk te vinden.
Vlooien worden ook wel tijdelijke parasieten genoemd, omdat ze niet leven op uw huisdieren, ze eten er alleen maar. Na dat ze hun buik vol hebben verdwijnen ze snel naar de omgeving van uw huisdier. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de vlooien in de omgeving zitten en slechts 1% op uw huisdier. De vlo die u bij uw huisdier ziet is dus maar het topje van de ijsberg!!Ook de eitjes van een vlo zijn zeer klein en nauwelijks waarneembaar met het blote oog. Het is daarom beter om te kijken naar de aanwezigheid van vlooienpoepjes: kleine zwart-bruine korreltjes die zich tussen de haren bevinden, dan opzoek te gaan naar de vlooien of hun eitjes.

De cyclus van een vlo

Een vlo komt uit een ei als een larve, deze zijn wormachtig en worden door middel van vervelling steeds groter. De larven vervellen 2 keer en gaan dan verpoppen. Na de verpopping komt de volwassen vlo tevoorschijn die zich weer voortplant, waarna de cyclus zich herhaalt.
De ontwikkelingsduur van een vlo is zeer sterk afhankelijk van omgevingsfactoren zoals de temperatuur en de luchtvochtigheid. Soms kunnen vlooien in de popstadium blijven zitten, de vlo beweegt zich gedurende deze tijd niet en blijft zitten totdat een gastheer wordt waargenomen. Met name bewegende objecten die een hogere temperatuur hebben dan de omgevingstemperatuur werken sterk prikkelend op vlooien. De vlo werkt zich snel uit zijn cocon en gaat af op de bewegingen en warmte voor een bloedmaaltijd. Ook in verlaten huizen kan dit verschijnsel optreden, bijvoorbeeld als men terugkomt van een vakantie. De thuiskomer wordt vervolgens besprongen door een groot aantal vlooien.
Van vlooienlarven is juist bekend dat ze zich sterk afwenden van geluidstrillingen, zoals een stofzuiger.

Gevolgen van een vlooienbeet

Om aan bloed te komen bijt de vlo een klein bloedvat aan en zuigt het hieruit stromende bloed op. Om te voorkomen dat dit bloed gelijk stolt, spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid. Dit speeksel bevat een eiwit wat de bloedstolling remt. Sommige dieren vertonen echter een allergie voor vlooienspeeksel. Eén vlooienbeet zorgt er dan al voor dat het dier gedurende 5-7 dagen geen raad weet van de jeuk. Honden bijten dan het achterste gedeelte van hun rug open, vaak tot bloedens toe. Later vertoont dit deel van de rug kale plekken. Bij de kat zijn op de hele rug tientallen kleine bultjes en korstjes te voelen. Het achterste gedeelte van de rug vertoont kale plekken. Het voortdurende likken en bijten van de vacht leidt soms tot de vorming van haarballen in de maag en tot braken. Deze allergiesymptomen kunnen zowel bij de hond als bij de kat snel en effectief bestreden worden door een goed antivlooienmiddel.

Vlooienbestrijding

Voor de bestrijding van vlooien staan vele middelen ter beschikking. Hiervan zijn er maar enkele afdoende. De laatste tijd zien we dat producten op basis van fipronil (Frontline) steeds minder goed werken, deze raden we dan ook af te gebruiken. Wij adviseren voor de bestrijding van vlooien een vlooienmiddel dat zo breed mogelijk werkt. Vlooien kun je het beste bestrijden door zoveel mogelijk stadia in de vlooiencyclus aan te pakken.
Bijvoorbeeld een product met als werkzame bestanddeel selamectine (Stronghold) is een breed werkend en veilig vlooienmiddel. Het is een effectief middel tegen vlooien, want naast het doden van de volwassen vlooien bezit het namelijk ook de grootste omgevingswerking. Vanwege deze brede werking is het ook geschikt voor honden en katten die last hebben van een vlooienallergie. Bovendien is het een relatief veilig vlooienmiddel zodat het zonder problemen bij jonge dieren zoals kittens en pups gebruikt kan worden. Met 1 pipet is uw huisdier beschermd tegen vlooien en is hij of zij gelijk ontwormd tegen spoelwormen.

Een vlooienmiddel met als werkzame stof imadocloprid (Advantage) is naast selamectine het meest effectief. Het doodt ook snel de vlooien en heeft een lichte omgevingswerking.

Er zijn ook verschillende tabletten die u kunt gebruiken tegen de vlooien. Een nadeel is dat de hond of kat snel gaat braken van het tabletje. Dit kunt u voorkomen door het tabletje tijdens of direct na het eten te geven.

Bij grote hoeveelheden vlooien is het verstandig een omgevingsspray voor in huis te gebruiken. Er zijn diverse spray’s te koop die volwassen vlooien en de larven van vlooien kunnen afdoden. Als u een spray voor in huis gebruikt, adviseren we u dus om een spray te nemen die een adulticide en larvicide werking heeft. Voor een effectieve bestrijding dient u ook de ligplaatsen van uw huisdier alsmede de directe omgeving goed te stofzuigen en de stofzuigerzakken weg te gooien.

Verder bestaan er ook producten die een gecombineerde werking hebben tegen vlooien en teken.

Lintwormen

Zowel bij de hond als bij de kat wordt de meest voorkomende lintworm overgebracht door vlooien. De met lintworm-larven besmette vlooien worden bij het verzorgen van de vacht door uw huisdier gevangen en opgegeten. In de darm komen deze lintwormlarven, bij de vertering van de vlo, weer vrij en groeien hier uit tot volwassen lintwormen. De volwassen lintwormen kunnen van enkel centimeters tot meer dan één meter lang worden. De lintworm bestaat uit een kop, met daarachter een groot aantal segmenten (proglottiden) die gevuld zijn met eitjes. De achterste segmenten laten los als ze rijp zijn en kunnen zelfstandig uit de anus kruipen. Ze kunnen zichtbaar zijn in de ontlasting of in de haren rond de anus. Als ze opgedroogd zijn zien ze er uit als rijstkorreltjes. De lintwormen zijn goed te bestrijden met wormtabletten. Om te voorkomen dat de lintwormen telkens terug keren, dienen echter ook de vlooien te worden aangepakt. Lintwormbestrijding zonder een afdoende vlooienbestrijding is dan ook niet goed mogelijk.

Heeft uw huisdier last van vlooien/wormen, pak het grondig aan. Behandel het dier en zijn omgeving. Gebruik middelen die effectief en veilig zijn (kinderen). Heeft u vragen dan kunt u altijd even bellen of een mailtje sturen.

 

2. Teken

Teken zijn kleine, spinachtige parasieten die zowel op huisdieren als op mensen kunnen gaan zitten. Ze hechten zich vast in de huid en zuigen bloed. Dat is op zich niet zo erg, maar tegelijkertijd kunnen ze ook ziekten overbrengen. Bijvoorbeeld de ziekte van Lyme, maar ook babesiose en ehrlichiose. Daarom is het belangrijk om een tekenbeet te voorkomen en teken snel te verwijderen, zowel bij uw huisdier als bij uzelf. Als u de teek namelijk binnen 24 uur verwijdert, is de kans dat er ziekten worden overgedragen vrij klein. Tekenbeten moeten dus zo goed mogelijk voorkomen worden. Daarvoor kunt u een aantal maatregelen nemen. U kunt uw huisdier beschermen met behulp van teken dodende middelen. Hiervoor bestaan tabletten, druppels en tekenbanden. Welke middelen toegepast kunnen worden, verschilt per diersoort. Overleg daarom met uw dierenarts wat voor uw huisdier een geschikt middel is. Middelen bedoeld voor honden kunnen bijvoorbeeld giftig zijn voor katten. Verder is het verstandig uw dier dagelijks na te kijken op teken. Kam de vacht door als uw huisdier door gras en struiken heeft gelopen, en voel met uw handen of er ergens iets zit. Verwijder een teek direct.

Hoe moet de teek verwijderd worden?

De teek kan makkelijk verwijderd worden met een speciaal tangetje, deze zet u om de kop van de teek en dan draait u voorzicht rond totdat de teek los laat. Gebruik géén spiritus of alcohol als u de teek gaat verwijderen. De teek kan dan juist overgeven en ziekmakende stoffen overbrengen in het bloed.
Nadat u de teek weggehaald heeft kunt u wel de plek ontsmetten waar de teek gezeten heeft.

 

 

3. Wormen

Er zijn twee families van wormen die bij honden van belang zijn: de rondwormen (Nematoden) en de lintwormen (Cestoden). Van beide families zijn er verschillende soorten:

  • Rondwormen
    • Spoelwormen
    • Haakwormen
    • Longwormen
    • Hartwormen
  • Lintwormen
    • Dipylidium caninum
    • Taenia spp.
    • Echinococcus spp. (vossenlintworm)

Ziekteverloop

De rondwormen veroorzaken voor de hond de meeste problemen.

Spoelwormen komen zeer veel voor in Nederland. Spoelwormen leven in de dunne darm en eten mee van de darminhoud van de hond. Ze zijn 10-20 cm lang. Honden kunnen op verschillende manieren worden besmet:

  • via de omgeving (contact met ontlasting); spoelwormeieren kunnen 3 jaar overleven
  • via het eten van kadavers (bvb. vogeltjes, knaagdieren)
  • via de moederkoek (voor de geboorte)
  • via de moedermelk

Zodra de wormen in de hond zijn aangekomen, gaan ze op reis door het lichaam. Ze knagen zich een weg door de darmwand naar de lever, laten zich met het bloed naar de longen vervoeren, knagen zich een weg door de longen en kruipen door de luchtpijp naar boven. Daar worden de larven opnieuw ingeslikt en komen in de darm terecht waar ze volwassen worm worden en dagelijks tot 200.000 eieren kunnen produceren die met de ontlasting naar buiten komen. Een ernstig besmette hond kan 200 wormen in de darm hebben en dan dagelijks 15.000.000 eitjes produceren. De volwassen wormen komen niet naar buiten met de ontlasting: alleen dode of zieke wormen komen naar buiten en zijn in de ontlasting te zien. Spoelwormen zijn vooral gevaarlijk voor pups en kunnen slechte groei, diarree, verstopping, vermageren en eventueel zelfs gescheurde darmen veroorzaken. Bij zeer ernstige infecties kunnen ook longontsteking (hoesten, benauwdheid) ontstaan.

Haakwormen komen in Nederland minder voor. Deze wormen kunnen de hond besmetten door via de huid binnen te dringen en dan op reis te gaan zoals de spoelwormen. Vooral de buitenlandse vormen kunnen veel schade in de darm veroorzaken en vooral bij jonge honden ernstige symptomen veroorzaken.

Longwormen komen in Nederland slechts zeldzaam voor. De wormen leven in de luchtwegen en veroorzaken daar grotere of kleinere ontstekingen. De symptomen zijn droge hoest en soms benauwdheid. De wormen kunnen jaren in de longen overleven.

Hartwormen komen voor in Zuid-Europa. De wormenleven in het hart en de grote bloedvaten eromheen. De besmetting wordt veroorzaakt door steekinsecten (vooral muggen) die bloedzuigen van besmette honden en vervolgens andere dieren steken. Symptomen zijn hoesten, benauwdheid, hartfalen en uiteindelijk de dood. Dieren die op vakantie zijn geweest worden vaak pas 6 maanden tot een jaar later ziek.

De lintwormen veroorzaken vrij weinig ziekte bij de hond. Alle soorten eten mee van de darminhoud, maar migreren niet door het lichaam en veroorzaken weinig schade. De worm plant zich voort door stukjes van zin lichaam gevuld met eieren af te stoten. Deze stukjes kruipen actief naar buiten en kunnen zo jeuk aan de anus veroorzaken.

De eieren van lintwormen moeten worden opgenomen door een tussengastheer. In de tussengastheer gaat het eitje uitkomen en ontwikkelt zich een larve. Als de hond vervolgens de tussengastheer opeet, komt de larve vrij en ontwikkelt zich tot een lintworm.

Dipylidium ontwikkelt zich in vlooien en luizen als tussengastheer. Als de hond door de jeuk de vlo oplikt, wordt hij meteen besmet met de lintworm. Omdat vlooien nog veel voorkomen, is deze lintworm de meest voorkomende.

De verschillende Taenia soorten ontwikkelen zich in andere zoogdieren. Afhankelijk van de soort kunnen dat koeien, schapen, konijnen en hazen, paarden, varkens, maar ook mensen zijn. De hond wordt besmet als hij rauw vlees eet van besmette tussengastheren. Een volwassen Taenia kan 100.000 eitjes per dag produceren.

Echinococcus komt vrijwel niet voor in Nederland, maar wel regelmatig in de bosrijke streken van bijvoorbeeld Duitsland en België. Echinococcus verspreidt zich op dezelfde manier als de verschillende Taenia soorten.

Gevaar voor de mens

Een aantal van de bij de hond voorkomende wormsoorten kan ziekte veroorzaken bij de mens. Vooral kinderen en mensen met een onderliggende aandoening zijn vaak gevoelig voor door wormen veroorzaakte ziekte.

Echinococcus kan de mens als tussengastheer kiezen. Dit betekent dat eitjes die door de mens worden opgenomen (bvb. door aaien van een besmette hond, of fruit eten uit het bos) uitkomen in de darm. Vanuit de darm gaat de larve migreren naar de lever of naar de longen. Daar gaat de larve een blaas vormen met daarin vocht en miljoenen nieuwe wormpjes. Deze blaas kan 10tallen centimeters groot worden. Door de druk op de organen ontstaat er ziekte. Bij bepaalde vormen groeit de blaas echt tussen de cellen van het orgaan in en gedraagt zich aldus als een kwaadaardige tumor. Mocht de blaas knappen door bijvoorbeeld een botsing of een val dan komen al die miljoenen wormpjes vrij en gaan opnieuw allemaal een blaas vormen. Dit overleeft de mens niet. Als de blaas wordt gevonden voordat deze geknapt is dan moet er uitgebreide chirurgie aan te pas komen om de blaas te verwijderen. Vaak moet hiervoor een long of stuk van de lever verwijderd worden.

Dipylidium kan zich ook bij mensen ontwikkelen en dan vooral bij kinderen. Na het opnemen van de eitjes kan zich bij het kind een lintworm ontwikkelen. Buikpijn en jeuk aan de anus zijn de voornaamste klachten.

Spoelwormen kunnen bij de mens VLM (viscerale larva migrans) en OLM (oculaire larva migrans) veroorzaken. In de meeste gevallen worden kinderen besmet door het opeten van met eieren besmette aarde (parken, zandbakken ed.). Van de West-Europese bevolking maakt 2-7% de besmetting door. Van die gevallen verlopen en gelukkig zeer veel zonder klachten.

Bij VLM komen de eitjes bij de mens in de darm uit en gaan de larven door de organen heen reizen. Afhankelijk van welk orgaan wordt aangetast ontstaan er bepaalde symptomen. De lever kan aangetast raken, bij aantasting van de longen krijg je asthma aanvallen en bij aantasting van de hersenen kun je epilepsie krijgen.

Bij OLM reist de larve door naar het oog en veroorzaakt daar ontstekingen, waardoor blindheid kan voorkomen. In Nederland komt OLM 1-2x per jaar voor.

Behandeling

  • Pups dienen ontwormd te worden met een breedspectrum ontwormingsmiddel op een leeftijd van 2, 4, 6, 8 weken en 4 en 6 maanden.
  • Volwassen honden vanaf 6 maanden dienen ieder kwartaal (om de drie maanden) ontwormd te worden.
  • Bij reizen naar het buitenland en verblijf korter dan een maand, dienen de honden bij terugkomst en een maand later ontwormd te worden.
  • Bij reizen naar het buitenland en verblijf langer dan een maand, maandelijks op locatie ontwormen en een maand na thuiskomst.
Dierenartspraktijk `t Holland
Spoorallee 24
6921 HZ Duiven
Gelderland, Nederland
Tel.
Wij zijn telefonisch bereikbaar op:
+31 (0)316 263167